Door: René Tiggelman
SKS – HWP 1,5 – 2,5.
Mij is ooit geleerd om in een slechtnieuwsgesprek de boodschap niet uit te stellen, maar direct aan het begin duidelijk en begrijpelijk te benoemen. Een keer herhalen kan bovendien geen kwaad, daarom: SKS – HWP 1,5 – 2,5.
Kijk, nu is voor iedereen gelijk helder dat de bekerwedstrijd tegen de (Zeeuws) Vlamingen voor ons geen eclatant succes was. Ruimte geven aan emoties is een volgende fase bij slecht nieuws. Nou, het was dus køt. De avond begon beroerd en het werd daarna eigenlijk alleen nog maar slechter. Het begon allemaal bij mijn eigen partij. Nou ja, partij? Partijtje eerder. Langer dan 18 zetten hield ik het niet vol tegen Marnix van der Zalm. Hier op de site lees je in wedstrijdverslagen wel eens “hij koos voor de van-kwaad-tot-erger-variant”. Voor wie nu wel eens wil weten hoe zo’n proces in zijn werk gaat: welkom in mijn brein.

Wit heeft net 15. e4 gespeeld. Geen paniek, die zet had ik al ver van tevoren zien aankomen. Het was zelfs de reden dat ik mijn loper naar d6 had gespeeld, zodat ik altijd met 15. .. Pe5 zou kunnen antwoorden. Toen het moment daar was, besloot ik er nog eens even over na te denken. En dat, lieve kinderen, was exact het moment waarop de ellende begon.
"16. Pxe5 Lxe5 17. f4 Lxc3 18. Lxc3. Ah, nu kan ik een stuk winnen met 18. … b5! O nee, toch niet, wit ruilt eerst op f6: 19. Lxf6, Dxf6. Maar ho, zo erg is dat toch niet? 20. Lxb5 Lxb5 21. Txd8+ Txd8 22. Dxb5 Dd4+ en de pion op e4 valt. Ai, wit kan ook eerst 20. e5 spelen. 20. e5 Dh4 21. Lxb5 Lxb5 22. Txd8+ Txd8 23. Dxb5. Tsja, na 23. .. Dg3 heb ik misschien wel compensatie, maar duidelijk vind ik het niet." (De computer geeft hier 0.00)
"Nog maar eens kijken, want in plaats van 18. … b5 is 18. .. Lc6 met druk op e4 misschien ook wel een aardige zet. Wit heeft nu wel het loperpaar, maar is dat nu zo erg? Zwart staat best wel stevig en als wit nu e5 doorzet wordt zijn zwartveldige loper slecht en krijg ik het mooie veld d5 voor mijn paard of mijn loper. Maar toch, twee lopers…. Ik hou daar niet zo van." (Ook hier geeft de computer 0.00)
"Even naar een andere variant kijken. We kunnen de witte e-pion natuurlijk ook simpel stoppen door zelf 15. .. e5 te spelen. 16. Pd5 Pxd5 17. Lxd5 ziet er niet heel slecht uit, maar is wel nogal passief. Maar wacht eens even…. Ja, wacht eens even. Is 16. e5 eigenlijk wel een dreiging? Zie ik hier nu ineens een leuk tactisch grapje? Die loper op c4 staat straks toch ongedekt?"
En na eerst een goede en daarna een licht matige variant te hebben overwogen speelde ik dus: 15. … Lb8? 16. e5 Pxe5?? 17. Pxe5 Lxe5 18. Dxe5 (diagram) en toen gaf ik het maar op. Direct ná het spelen van 16. .. Pxe5 (zo gaan die dingen altijd) had ik ineens gezien dat het tactische grapje helemaal niet leuk was: 18. … Txc4 19. Pd5!! En alle zwarte stukken staan verkeerd.

Zo stonden we dus al heel vroeg met 1-0 achter. Snel thuis uithuilen was er niet bij, want als het 2-2 zou worden zou er nog gesnelschaakt moeten worden. Mijn wanhoopsplan om Marnix in de tussentijd dronken te voeren zodat hij bij het snelschaken geen paard meer van een loper zou kunnen onderscheiden werd ook al geen groot succes. Meer dan één Jupilertje kreeg ik er niet in.
Niet lang na mijn nederlaag bood Hans remise aan. Ook hier ging een eigenaardige gedachtegang aan vooraf. OK, de stelling was min of meer gelijk, maar Hans had echt héél veel meer tijd op de klok dan Marc Lacrosse. Hans dacht echter dat Jos gewonnen stond (klopt), dat Henrik een gelijke stelling had (mwah) en dat ik remise had gespeeld. Wat? “Ja, je was zo snel klaar. Ik dacht dat zal dan wel remise zijn geworden”. Nu is het niet zo dat ik vroeger nog met Hans geknikkerd heb, maar we kennen elkaar nu toch wel zeker dertig jaar en ik kan me van die dertig jaar niet één moment voor de geest halen waardoor hij het idee had kunnen krijgen dat ik wel eens korte remises speel. Afijn, 0,5 – 1,5.
Of hallucinaties over het resultaat van mijn partij ook een rol hebben gespeeld in Henriks remise tegen André Galle ben ik hem vergeten te vragen. Ik denk eigenlijk van niet. Als ik de stelling correct inschatte, mocht Henrik zo tegen het eind van de partij meer dan tevreden zijn met het behaalde halfje.
Zo bleef alleen onze 2e-bordspeler nog over. Jos, de man die mij aan het begin van de avond nog zo had weten te motiveren met het inzicht dat in bekerwedstrijden de borden één en vier het minst belangrijk zijn en dat je daar dus je zwakste spelers moet opstellen. Zou het hem lukken om er een snelschaakbarrage uit te slepen (spoiler alert: zie alinea 1).

Jos is een sterke speler, dus natuurlijk vond hij de weg naar winst: 1. Td4! Le5 2. Lxd7 Lxd4 3. Lxc8 (3. Le6+! is trouwens nog sterker) 3. ... Lxb2 4. Lxf5 en dit eindspel is gewoon heel erg goed voor wit.
Puntje van kritiek is wel dat hij deze variant pas ná de partij vond.
En andere manier om te winnen was 1. Td1 Pc5 2. Tc4 en zwart heeft een probleem met zijn loper op d6. Een grappige variant is 2. .. Lf8 3. Le5 Te7 4. Ld6 Te2 en nu is niet zijn loper maar zijn toren zwarts grootste probleem: 5. Kf1 Tb2 6. Le5 Txa2 7. Txc5! Lxc5 8. Ld5+
Ik kan niet in Jos’ hoofd kijken en aan zijn gezicht valt ook weinig af te lezen. Of hij nu goed staat of slecht, de blik is altijd licht zorgelijk. Maar ik vermoed dat ook hier een van-kwaad-tot-erger mechanisme begon te draaien. Jos speelde 1. Lxd7? Txd7 2. Td1 Tcd8 3. Td4 Kf7 4. Lc1 Ke8 5. Td5 Le7. Tegenstander Gert van Rij is precies op tijd om alles te dekken en na 6. Txd7 bood Jos met een diepe zucht maar remise aan. Het eindspel is intussen inderdaad zelfs een tikje beter voor zwart.
Geen ZSB-beker voor SKS dus dit jaar. En de gifbeker mag ook weg, die hebben we tegen HWP braaf tot op de laatste druppel leeggedronken.

