In oktober bestaat SKS 50 jaar. Een heuse jubileumcommissie buigt zich over activiteiten om deze mijlpaal luister bij te zetten. Eén van de ideeën die de eerste schifting overleefden was het idee van de Jubileumvertellingen, een zestal vertellingen verspreid over het jaar 2026. Telkens voorafgaand aan een klubavond.
Donderdag 5 februari stond de eerste op het programma.

de poster
Voor diegenen die er niet bij konden (of wilden?) zijn, voor de enkeling die het ondanks de vele aankondigingen per mail, per app of via een poster in het klublokaal (*) toch totaal waren vergeten, voor de wel aanwezigen die de moeilijkste varianten nog eens op hun gemak willen naspelen én eigenlijk natuurlijk ook voor de rest van de wereld, heb ik het verhaal een beetje opgepoetst, gladgestreken en in leesvorm omgezet. Het knappe, gladgeschoren koppie van presentator FM René Tiggelman, zijn warme stemgeluid en de subtiele aromacombinatie van aftershave met een vleugje zenuwzweet moet de lezer er zelf maar bij denken.
R.T.:
Vanavond de eerste jubileumvertelling, een idee uit de koker van Bert Henderikse. Ere weer ere toekomt, toen Bert in de jubileumcommissie met dit voorstel kwam, werd het bijkans met gejuich ontvangen. Een origineel plan en, nog belangrijker voor een commissie met zeer beperkt budget, het kost de klub geen ene cent. Ook ik zit in die commissie en ook ik was enthousiast. Toen wist ik uiteraard nog niet dat Bert aan mij zou vragen om de eerste vertelling voor mijn rekening te nemen…
Wat is een jubileumvertelling? Volgens de definitie van mijnheer Henderikse een verhaal dat met schaken te maken heeft, met SKS te maken heeft en als het kan ook nog enigszins amusant is. Deze voorwaarden deden mij al snel denken aan een voorval uit de eerste periode dat ik lid was van SKS, halverwege de jaren 80.
Ik was net als student vanuit Rotterdam aangekomen in Vlissingen en nog voordat ik mijn studentenkamer inrichtte, ging ik op zoek naar een schaakvereniging. Er bleken er in Vlissingen twee te bestaan: SKS en SV Vlissingen. Een paar weken terug dacht ik dat SV Vlissingen inmiddels ter ziele was, maar speciaal voor vanavond heb ik dat even gecheckt. De vereniging bestaat nog steeds en staat bij de KNSB geregistreerd met maar liefst twee leden! In de tijd dat ik naar Zeeland kwam was het echter nog een grote vereniging, ik denk minstens twee keer zo groot als SKS.
Mijn keuze werd alleen niet bepaald door de grootte van de vereniging en ook niet door het niveau waarop zij speelde. Nee, het was veel simpeler: welke club liet zich het best combineren met de wens van de nieuwbakken student om in het weekend zijn was te laten doen door mama in Rotterdam. SKS speelde donderdag, Vlissingen vrijdag. De keuze was snel gemaakt.
Het verhaal uit die tijd dat me bij uitstek geschikt leek voor een jubileumvertelling gaat over een wedstrijd tegen Terneuzen, waar twee afgebroken partijen belangrijk waren voor de einduitslag.

zomaar een voorbeeld
Misschien is het handig om eerst even het begrip “afgebroken partij” uit te leggen, niet iedereen, zeker de jongeren hier, zal weten wat dat precies is. Vroeger, toen er nog geen elektronische klokken met increment waren en geen schaakcomputers die elke stelling tot op 3 cijfers achter de komma konden uitrekenen, werden schaakpartijen vaak na zo’n 4 uur spelen afgebroken. De speler die aan zet was, schreef die zet op een briefje, het briefje ging in een envelop en op die envelop werd de stelling genoteerd. De partij werd dan op een later moment uitgespeeld. In de tussentijd konden de spelers de stelling naar hartenlust analyseren. Alleen, met teamgenoten, een echt sterke schaker en ik ken zelfs een verhaal van een Rotterdamse schaker die dacht dat hij verloren stond totdat zijn vrouw vroeg “Is Pg6 misschien een idee?”
OK, terug naar de wedstrijd SKS – Terneuzen. Na zo’n 4 uur spelen stonden we 2,5 – 3,5 achter en werden er 2 partijen afgebroken. Eén partij was duidelijk voor ons gewonnen, de andere partij (mijn partij tegen Eric Janse) was een vreselijk ingewikkelde stelling die was voortgekomen uit de Sveshnikov-variant van het Siciliaans. Op het demonstratiebord ziet u de nog redelijk overzichtelijk stelling na 15 zetten. Langzaam aan werd het echter steeds gecompliceerder en tegen de tijd dat er werd afgebroken was het complete chaos op het bord.

het demonstratiebord
De dagen erna beheerste die stelling mijn leven. Ik kwam terug van de HEAO, smeet mijn tas in de hoek en boog me telkens eerst één of twee uur over het schaakbord. Schriftje naast het bord voor de aantekeningen. Ik was er namelijk van overtuigd dat er iets móest zijn in de stelling. En verdomd, na een paar dagen puzzelen bleek dat ook zo te zijn!
Op de eerstvolgende klubavond van SKS vertelde ik trots dat ik de stelling helemaal had uitgeanalyseerd. Het werd één van mijn eerste kennismakingen met de Souburgse mentaliteit. Waar ik enthousiasme verwachtte, kreeg ik slechts een “Ja, ja, zal wel, eerst zien dan geloven” als antwoord. Niet gauw onder de indruk die Souburgers.
Het uitspelen van de afgebroken partijen gebeurde weer een week later op de klubavond van de thuisspelende vereniging, bij ons in Souburg dus. Ik stel me zo voor dat rond kwart over zes de 2 spelers uit Terneuzen vertrokken zodat ze de boot van 7 uur vanuit Breskens konden halen. Zo rond half acht zal de boot zijn aangekomen in Vlissingen, alles keurig op schema om na een kopje koffie om stipt 8 uur de enveloppes te openen en weer aan de partijen te beginnen. Daarna waren ze net wel of net niet op tijd voor de boot van half 9 terug naar Zeeuws Vlaanderen. Veel meer dan een kwartier heeft het uitspelen van de partijen namelijk niet geduurd!
Heeft met schaken te maken, heeft met SKS te maken en licht amusant voor iedereen die niet uit Terneuzen komt, ideaal dus voor een jubileumvertelling. Maar voordat ik verder ga met mijn verhaal eerst even twee opmerkingen:
Ten eerste vind ik het jammer dat ik mij niet meer kan herinneren wie de 2e Souburgspeler was met een afgebroken partij. Ten tweede vind ik het ook heel erg jammer dat ik de partij met geen mogelijkheid kon terugvinden.
Er moest dus een plan B komen...

de nieuwe hoofdpersoon van dit verhaal
Een draak van een dochter
Plan B werd "Een draak van een dochter", gebaseerd op de paar jaar dat ik bij de jeugdafdeling van SKS rondliep omdat mijn kinderen hier schaakten.
De Souburgse jeugdafdeling is al heel, heel lang in goede handen van Martin Koolhoven en Max Toetenel en ik voelde nooit ook maar de minste aandrang om mij ermee te bemoeien. Waarschijnlijk ligt hier een voorval aan ten grondslag uit de tijd dat ik hielp bij de jeugdafdeling van de SV Vlissingen, want na twee jaar SKS had ik dan toch de overstap gemaakt naar Vlissingen. Het wasprobleem was intussen opgelost met een subliem klein wasmachientje dat maar 2 standen had, aan en uit (alle latere wasmachines die in huis zijn gekomen waren telkens te moeilijk voor me). En de donderdag bleek toch meer geschikt om met medestudenten naar het café te gaan.
Het was een uitwedstrijd tegen Goes. Vier jonge spelertjes ophalen en naar Goes rijden, bij elkaar zeker drie kwartier, binnen een kwartier met 4-0 verliezen, nogmaals drie kwartier om iedereen terug thuis te brengen en de volgende dag nog ruim een half uur vloekend met een stofzuiger in de weer om alle chipsresten van de achterbank en onder de stoelen vandaan te zuigen. Kort daarna was ik bij de jeugdafdeling van Vlissingen vertrokken.
Maar ja, mijn kinderen gingen schaken en nadat hij mij een paar vrijdagavonden aan de bar had zien hangen, vroeg Martin of ik de wat sterkere jeugd wat les wilde geven. Nou ja, ik was er toch en zolang ik aan het eind van de avond niet hoefde te stofzuigen was het misschien best leuk om het weer eens een tijdje te proberen.
De jeugdafdeling van SKS was indertijd niet groot, maar stond wel aan het begin van een flinke groeispurt. Aan het begin van het seizoen krap tien schakertjes, aan het eind van het seizoen de vraag of we misschien een ledenstop moesten overwegen. Het was wel allemaal jonge jeugd, basisschoolleeftijd. Ik denk zelfs dat er niet één was die al op de middelbare zat. In die groeiende groep zaten er een paar spelers die er wel bovenuit staken. Geen landelijke top of zo, maar binnen Zeeland konden ze zeker hun mannetje én vrouwtje staan. We hadden: Xander en Zofyra Joose, Jason Haasbroek (de oudere broer van Brandon) en die twee van mij: Laura en Vincent. Op de Zeeuwse jeugdtoernooien deden ze meestal bovenin mee, de Zeeuwse jeugdteamcompetitie werd een paar keer gewonnen, de keren dat we meespeelden in de landelijke jeugdcompetitie eindigden we meestal rond de middenmoot en via het Zeeuws jeugdkampioenschap plaatsten ze zich allemaal één of meerdere keren voor het Nederlands kampioenschap.
In dezelfde leeftijdsgroep kwam de concurrentie vooral van Landau, de schaakclub in Axel. Ook zij hadden een aantal spelers die op de Zeeuwse jeugdtoernooien altijd bovenin meespeelden. Tijdens die toernooien viel het op dat de manier van opleiden in Axel niet helemaal hetzelfde was als die in Souburg.
De klubavonden op Souburg beginnen steevast met een half uurtje les en dan lekker competitie schaken. Dat half uurtje vulde ik meestal met eerst een kwartier werken uit het Stappenboek, de lesmethode van de KNSB. Die methode bestaat uit schaakpuzzeljes gegroepeerd rond thema’s als penning, dubbele aanval etcetera. In elke volgende stap komen die thema’s terug, maar dan telkens iets moeilijker. Omdat er in die methode nauwelijks aandacht is voor strategie, plannen maken, zette ik het tweede kwartier een stelling op het demonstratiebord waarmee we dan ook nog even naar het maken van plannen keken. Zeker in het begin geen hele moeilijk dingen. Een eenvoudig pionneneindspel, hoe win je een toreneindspel als je een aantal pionnen meer hebt, lijnen openen als je wilt aanvallen, dat soort dingen. Waar we nooit, maar dan ook echt nooit naar keken, en volgens mij deden Martin en Max dat eigenlijk ook niet of nauwelijks bij de rest van de jeugd, was openingstheorie. De “gouden regels”, zoals de Schaakbond ze noemt, waren meer dan genoeg. Als ik het me goed herinner waren die regels:
- pion in het centrum
- stukken ontwikkelen
- rokeren
In Axel bleek men daar heel anders mee op te gaan. Al vanaf hele jonge leeftijd leerden ze de kinderen een aantal openingsvarianten aan, ook als bleek dat de kinderen nog zoveel enorme fouten maakten in hun spel, dat het enige verschil was dat ze niet op zet 6 maar pas op zet 12 een dame weggaven. Op de jeugdtoernooien zag je altijd Wim Sinke en Nick Dubbeldam druk zetten noteren en direct na een partij de opening doornemen met het spelertje.
Ik weet niet welke methode er beter is. Ik probeerde vooral de leuke dingen van schaken te laten zien en alles zo min mogelijk op school te laten lijken. Inspireren, motiveren en er zeker geen druk op zetten. In alle bescheidenheid, zeker wat betreft dat laatste was ik niet zonder succes, anno 2026 is geen van de vijf kinderen die ik eerder noemde nog lid van een schaakclub…… (**)
Afijn, het werd 2017 en Laura, intussen 13 jaar oud, wilde zich via het Zeeuws jeugdkampioenschap weer plaatsen voor een Nederlands Kampioenschap. En dat was dat jaar tegelijkertijd een makkelijke en moeilijke opdracht. Het makkelijke was dat er in haar leeftijdscategorie maar vier deelnemers waren aan het Zeeuws Kampioenschap en er twee plaatsen voor het NK te verdienen waren: één voor het NK Algemeen, één voor het NK Meisjes. Het moeilijke was dat twee van de drie andere deelnemers op dat moment eigenlijk toch wel duidelijk sterker waren dan Laura. Op volgorde van de speelsterkte zoals die in de Zeeuwse jeugdtoernooien te zien was geweest, deden mee: Nina de Putter uit Terneuzen, Martijn Schelleman uit Axel, Laura en ook nog Kim de Jonge uit Goes. Het kampioenschap was een dubbelrondige vierkamp. Drie partijen op een zaterdag, nog eens 3 partijen op een andere zaterdag twee of drie weken later. De eerste speeldag liep precies zoals je vooraf had kunnen invullen: Nina 3 punten, Martijn 2, Laura 1 en Kim 0.
Om toch het NK te halen, moesten er op de tweede speeldag dus twee bijzondere dingen gebeuren: niet verliezen van Nina en winnen van Martijn. De eerste hobbel bleek het eenvoudigst: Nina had geen interesse in het NK Algemeen, alleen maar in het NK Meisjes. Laura bood gewoon na al 7 of 8 zetten remise aan, Nina had geen reden on het te weigeren en was zeker van deelname aan het NK. De tweede hobbel was echter wel een serieuze uitdaging: met zwart winnen van Martijn. Misschien was het eindelijk eens tijd om naar een opening te kijken….
Schelleman,Martijn (rating ca. 1400) - Tiggelman,Laura (rating ca. 1150)
PKJ (4), 28.01.2017
1.e4 c5!
Een nieuwtje! Tenminste, voor Laura, die tot dan toe telkens met 1. …c6 begon.
2.Pf3 d6
3.d4 cxd4
4.Pxd4 Pf6
5.Pc3 g6
De Drakenvariant.
6.f3 Lg7
7.Le3 0-0
8.Dd2 Pc6
9.0-0-0 d5

stelling na 9. ... d5
De Siciliaanse opening is een van de scherpste openingen van het schaakspel, binnen het Siciliaans is "de Draak" een van de scherpste varianten en binnen de Draak is dit één van meest explosieve stellingen. Nu hadden Laura en ik natuurlijk wel ruim de tijd genomen om naar deze opening te kijken, ik denk zeker wel een half uur, maar 30 minuten is toch net iets te weinig om het Siciliaans helemaal onder de knie te krijgen… Gelukkig hadden we hulp vanuit Axel!! Het sterke punt, het aanleren van openingstheorie, werd ineens een zwak punt. Door Martijns partijen in de jeugdtoernooien waren er 99% zeker van dat deze stelling op het bord zou komen. We hadden dan ook naar helemaal niets anders gekeken.
10.g4?!
Ai, gelijk een zet die we niet bekeken hadden. Het is dan ook zeker niet de meest gebruikelijke of beste zet in deze stelling. Door sterke spelers wordt hier voornamelijk 19. Kb1 gespeeld, of 19. De1 of een derde zet, één die een pion wint en die we daarom het meest hadden verwacht en het best hadden bestudeerd. Die variant zullen we even iets dieper bekijken: 10.exd5 Pxd5 11.Pxc6 bxc6 12.Pxd5 cxd5 13.Dxd5 Wit valt nu de toren aan én dreigt de dames te ruilen, wat met een pion meer vaak een prima idee is.

stelling na 13. Dxd5
Een leuk vraagje voor spelers die deze stelling nog niet eerder hebben gezien: wat moet zwart hier spelen?
13...Dc7!! 14.Dxa8 Lf5 15.Dxf8+ ... Dxc2 mat was een dingetje 15...Kxf8 Wit heeft nu 2 torens en een pion in ruil voor een dame. Op basis van wat we vroeger leerden: toren 5 punten, pion 1 punt, dame 9 à 10 punten lijkt dat nog steeds een prima ruil voor wit. Maar het is natuurlijk ook van belang hoe de stukken staan. En met 2 lopers gericht op de witte koning en een dame die alle ruimte heeft om van links naar rechts op en neer over het bord te rauzen, heeft zwart genoeg compensatie voor het kleine verschil in materiaal. Wit moet trouwens nu al erg oppassen.
Zo'n half jaar na de partij tegen Martijn Schelleman (in 2017) kreeg Laura deze stelling namelijk op het bord tegen Eliza de Jong uit Goes. Eliza is 3 jaar ouder, speelde dus in de jeugd twee groepen hoger en was een paar maanden voor deze partij op een gedeelde tweede plaats geëindigd bij het Nederlands Kampioenschap meisjes A-jeugd (de oudste categorie). Eliza speelde hier 16.Ld3 Logisch, maar niet goed.
Wat kan zwart hier spelen?
Laura speelde 16...De5!! (16...Lxb2+ 17.Kxb2 De5+ 18.Kb1 Dxe3 19.Lxf5 gxf5 is minder overtuigend.) 17.Kd2 Lxd3 18.Kxd3 Dxb2 en met de witte koning in het open veld won ze heel snel.
Terug naar de partij tegen Martijn Schelleman.
De zet 10. g4 hadden we dus niet bekeken. We had echter wel wat richtlijnen bedacht over hoe ze moest spelen wanneer ze “out of book” zou zijn. Deze richtlijnen waren eigenlijk heel simpel:
(1) stukken op de damevleugel richten
(2) lijnen openen
(3) mat zetten.
Eigenlijk ook een soort 3 gouden regels, maar dan voor de Drakenvariant.
10...dxe4
De beste zet. Voordat we ook maar iets met de richtlijnen kunnen beginnen, moet eerst iets gedaan worden aan de pion op d5. Martijns 10. g4 was natuurlijk bedoeld om met 11. g5 het paard weg te jagen dat nu nog d5 verdedigt.
Laten we vanaf hier proberen mee te kijken in het brein van een 13-jarig meisje….
11.g5 Pd7?
Niet helemaal volgens de richtlijnen, 11...Pd5! stuurt direct al een stuk naar de damevleugel 12.Pxc6 bxc6 13.Pxd5 (13.Pxe4 Dc7 14.Lf2 Le6) 13...cxd5 14.Dxd5 Dxd5 15.Txd5 exf3 Toch is 11. … Pd7 ook niet heel slecht, veld d7 is slechts een tussenstation.
12.Pxe4 Pde5
Prima zet. Het paard wordt weer actief, valt f3 aan en maakt ruimte voor de loper op c8.
13.Le2 Pxd4
Alweer een goede zet. Het witte paard op d4 keek naar zowel e6 als f5, waardoor zwart haar loper niet kon ontwikkelen. En zolang die loper op c8 staat, kan daar weer geen toren staan.
14.Lxd4 Le6

stelling na 14. ... Le6
Net als 11. … Pd7 niet echt een slechte zet, maar ook niet de beste. Wel keurig volgens de richtlijn “alle stukken op de damevleugel richten”, maar dat kon ook met 14. … Lf5. Vanaf f5 zou de loper beter kunnen samenwerken met een zwarte toren die natuurlijk vroeg of laat op c8 zal verschijnen.
15.Kb1
Eigenlijk wel een standaardzet voor wit in het Siciliaans. Martijn kon ook proberen gebruik te maken van een penning van het paard op e5. De varianten worden echter al gauw erg ingewikkeld: 15.Dc3!? Dd5 16.b3 b5 (16...Tfc8 17.Lc4 Pxc4 18.Lxg7 Df5 19.bxc4 Txc4 20.Db2 Tac8 is totale chaos, maar volgens de computer wel iets beter voor wit) 17.Lxe5 (17.f4 Dxe4) 17...Dxe5 18.Dxe5 Lxe5 19.Lxb5 Lh3 en wit staat ietsje beter
15...Dd5
Laura probeert richtlijn twee over te slaan en gaat gelijk voor nummer drie: mat zetten!
16.b3 Tfc8
Uiteraard deze toren. De andere toren staat al op de damevleugel en kan eventueel gewoon vanaf a8 in actie komen.
17.h4 a5
Eindelijk, richtlijn 2: lijnen openen. 18. … a4 is natuurlijk de bedoeling.
18.a4

stelling na 18. a4
18...Tab8?!
Jammer. Zwart denkt dat er op de a-lijn niets meer te bereiken is, maar 18...b5 19.axb5 a4 20.c4 Db7 21.Dc3 Db8 zou een prima manier zijn geweest om de damevleugel open te gooien.
19.h5
Ook Martijn begint aan mat zetten te denken. Het was niemand minder dan Bobby Fischer die de Drakenvariant maar niks vond “h4, h5 en zwart gaat mat” was zijn oordeel.
19...b5!?
Daar komt die alsnog! Een andere mogelijkheid was 19...Pc6 20.Lxg7 Dxd2 21.Txd2 Kxg7 22.h6+ Kg8 maar die variant is totaal niet in overeenstemming met de richtlijnen!
20.Pc3?!
20.axb5!? a4 21.Pc3 Dd6 22.Pxa4 Lf5 23.hxg6 Txc2 24.gxh7+ Lxh7 25.Dxc2 Lxc2+ 26.Kxc2 Da3 is goed voor zwart. Beter voor wit is 20.h6 bxa4 21.hxg7 axb3+- Ook hier valt op dat de varianten al snel heel complex worden.

stelling na 20. Pc3
20...Dd6?!
Niet zonder risico 20...Pxf3!? 21.Pxd5 Pxd2+ 22.Txd2 Lxd5 leidt naar een gelijke stelling, maar dan raakt vooral richtlijn no. 3 (mat!) wel erg ver uit beeld.
21.Pxb5

stelling na 20. Pxb5
21. … Dd5?
Soms moet je een slechte zet doen om de partij te winnen!
Eigenlijk was het hoog tijd om de hengel uit te gooien in troebel water met bijvoorbeeld 21...Txb5 22.axb5 Lf5 23.Lb2 Txc2 24.Dxc2 Lxc2+ 25.Kxc2 Dc7 en totale chaos.
22.f4?

stelling na 22. f4
Wit mist hier de mogelijkheid om met 22. c4 de lijnen op de damevleugel dicht te houden. Na bijv. 22...Db7 23.De3 staat wit dan erg goed.
Maar ik snap de gedachtegang van Martijn best: paard wegjagen, lopers ruilen op g7, dames ruilen op d5 en je hebt een eindspel met een pion meer.
Wat moet zwart nu met haar paard op d5?
22...Lf5!!
Antwoord: helemaal niets!! In één zet is de stelling omgeslagen van heel goed voor wit naar totaal gewonnen voor zwart.
Bijvoorbeeld:
23.Th3 Txc2 24.Dxc2 Lxc2+ 25.Kxc2 De4+ 26.Kc1 Dxe2 27.fxe5 Lxe5 28.Lxe5 Dxe5 29.hxg6 Dxg5+ 30.Kb1 Dxg6+ 31.Ka1 is goed voor zwart
23.Kb2 Txc2+ 24.Dxc2 Lxc2 25.Kxc2 De4+ 26.Kc1 Tc8 is goed voor zwart
en 23.Ld3 Lxd3 24.cxd3 Dxb3+ 25.Db2 Dxa4 26.Lxe5 Txb5 is ook goed voor zwart.
23.Pc3
Dit helpt inderdaad tegen de dubbele aanval op c2 door de zwarte loper op f5 en de toren op c8, maar de witte stelling had nog een probleempje.
23...Dxb3+ 0-1
En Martijn gaf het op vanwege 24.Ka1 Db2 mat
Voila, de stukken gericht op de damevleugel, de lijnen geopend en de witte koning mat gezet. Los van al het rekenwerk is schaken best wel simpel.
Laura en Nina dus naar het Nederlands Kampioenschap! (Martijn trouwens ook, want Nick Dubbeldam kreeg het bij de schaakbond voor elkaar om Nina én Laura in het NK Meisjes te krijgen, waarna Martijn de opengevallen plek in het NK algemeen kreeg).
disclaimer
Het werken met richtlijnen, het kennen van wat algemene kenmerken, is zeker zeer nuttig als je een opening wilt leren of een bepaalde stelling wilt begrijpen, maar het is niet zaligmakend en soms gaat het zelfs wel eens flink mis.
Zo’n 2 jaar na de partij tegen Martijn Schelleman speelde Laura op het Nederlands Kampioenschap in Assen in de voorlaatste ronde tegen Nina de Putter. In 2017 was Nina nog duidelijk sterker dan Laura, in 2019 was dat gat nog niet helemaal, maar zeker wel voor een groot deel gedicht.
Ook hier een Siciliaanse Draak:
De Putter,Nina - Tiggelman,Laura
NJSK 2019 Meisjes B 03.05.2019
1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 g6 6.Le3 Lg7 7.f3 0-0 8.Dd2 Pc6 9.Lc4

stelling na 9. Lc4
Dus niet 9. 0-0-0 zoals in de partij van Martijn. 9. Lc4, 9. g4 en 9. 0-0-0 zijn trouwens allemaal veel gespeelde zetten in deze variant.
Zowel de familie De Putter als de familie Tiggelman was met een flinke delegatie afgereisd naar Assen. Nina en Laura speelden in de groep Meisjes B, maar in de groep Algemeen C speelden ook nog Sven de Putter en Vincent Tiggelman mee. De De-Putter-delegatie was zelfs nog uitgebreid met een heuse schaakcoach! Frank heette de coach geloof ik die elke avond Sven en Nina voorbereidde op de partijen van de komende dag. Ook Frank had duidelijk een sterk geloof in het werken richtlijnen en hij had Nina de wei ingestuurd met de instructies: speel 9. Lc4, daarna nog eens lang rokeren, h4 spelen, misschien ook g4, Lb3, de volgorde maakt niet zoveel uit. Gewoon lekker aanvallen.
9 … Ld7 10.h4 Tc8 11.0-0-0
Nina speelde eerst h4 en rokeerde daarna pas, maar ach de volgorde maakte toch niet zoveel uit en straks zou ze nog wel eens g4 en/of Lb3 spelen….

stelling na 11. 0-0-0
11. … Pxd4 12.Dxd4 Pg4 13.Dd2 Pxe3 en zwart won een stuk en verder ook zonder moeite de partij. De zetvolgorde bleek dus wel degelijk van belang: zodra de zwarte toren op c8 verscheen, had wit direct Lb3 moeten spelen!
En met deze waarschuwing vers in de oren is het nu tijd om zelf te gaan schaken!
(*) de niet in het Souburgse ingevoerde lezer zal zich wellicht verbazen over het slordige en elkaar afwisselende gebruik van het ‘foutieve’ woord “klub” en het ‘correcte’ woord “club”. De juiste Souburgse spelling is “klub”, dus overal waar het SKS betreft heb ik die spelling aangehouden. Bij andere verenigingen heb ik de ABN-variant gebruikt. De geopolitieke achtergronden van deze spellingssplitsing kunt u te zijner tijd lezen in ons jubileumboek.
(**) Ook de niet SKS-spelers in dit verhaal zijn intussen geen lid meer van een schaakclub.