De ZSB-beker wordt dit seizoen wat eerder gespeeld dan gebruikelijk. De reden? De afsluiting van de Westerscheldetunnel. Met drie Zeeuws-Vlaamse teams (HWP, Terneuzen en Landau) bestaat immers de kans dat er tussen januari en mei niet gespeeld kan worden. En dat is, op z’n zachtst gezegd, een tikkeltje onhandig. Daarom moet de winnaar van de beker al in december bekend zijn. Souburg was in de eerste ronde, net als bijna alle andere teams, vrijgeloot. Dat gold niet voor onze tegenstander in de tweede ronde: Terneuzen moest in de voorronde al aan de bak tegen Middelburg.
Voor de wedstrijd tegen Terneuzen was Souburg op volle sterkte. Onze tegenstander was dat niet.
René (bord 3, wit) was als eerste klaar. Zijn tegenstander koos voor een enigszins passieve opstelling, maar wist zich op een gegeven moment toch aardig in de witte stelling te nestelen. Toen ik even later weer keek, had René echter een matnet op het bord getoverd. 1-0.
Zijn tegenstander vertrok direct na de partij. Mocht de wedstrijd onverhoopt op snelschaken uitdraaien, dan hadden we daarmee alvast een 1-0-voorsprong te pakken. Laten we het er maar op houden dat Terneuzen – of Renés tegenstander in het bijzonder – er alle vertrouwen in had dat Souburg de match wel zou winnen.
Jos (bord 2, zwart) moest even wennen aan zijn bordkleur. Maar dat duurde niet lang: al snel had hij een goede stelling bereikt. De London-achtige opstelling van wit kwam niet echt uit de verf, zeker nadat wit vrijwillig de dames ruilde op b6. Dat levert een enigszins typische pionnenstructuur op die je als witspeler moet kennen. Doe je dat niet, dan valt vroeg of laat de damevleugel uit elkaar. En dat was hier niet anders. 2-0.
Hans (bord 4, zwart) slaagde er niet in de juiste voortzetting te vinden. In het middenspel liet hij een grote kans op voordeel liggen, maar verder bleef de partij voortdurend in evenwicht. Ja, soms heb je van die partijen waarin het gewoon niet wil lukken. 2,5-0,5.
Ik (bord 1, wit) kreeg al snel een comfortabele stelling, maar mijn tegenstander bleef lange tijd stug verdedigen. Zelf merk ik dat mijn tactische scherpte momenteel wat te wensen overlaat: ik miste maar liefst twee goede kansen. Gelukkig bestaat er ook nog zoiets als de derde keer is scheepsrecht. Die kans zag ik wél, en daarmee was de eindstand van 3,5-0,5 een feit.
Kans 1 – gemist
Al vroeg in de opening was ik niet helemaal bij de les. Ik twijfelde voortdurend tussen een variant die begint met 10.Pxd7 Dxd7 11.e5 en een variant die begint met 10.Lf4. Omdat ik onvoldoende vertrouwen had in de eerstgenoemde variant, koos ik voor 10.Lf4. Achteraf was de combinatie 10.Pxc6! Lxc6 11.exd5 exd5 12.cxd5 Lb7 13.d6! natuurlijk een stuk sterker. Dit levert pionwinst op en bovendien een prettige stelling. Een gemiste kans dus, nog voordat de partij goed en wel op gang was gekomen.

Kans 2 – gemist
Hier dacht ik een winnende stelling te hebben bereikt. De computer was het daar gelukkig mee eens. Maar na 22…La6 begon ik spoken te zien. Ik was te veel gefixeerd op 23.Dd3, waarmee de c4-pion verdedigd blijft en zowel Lxh7 als Lxc6 in de lucht hangt. Mijn tegenstander bleef echter koeltjes en speelde 23.Le7, waarmee hij alle dreigingen neutraliseerde. Wat had ik dan wel moeten spelen? Simpel: 23.b5! De daaropvolgende manoeuvre Df3-a3, met dreigingen als Dxa6 en Df8, had ik volledig gemist.

Kans 3 – gezien!
Oorspronkelijk was ik van plan mijn h- en g-pionnen naar voren te sturen. Toen mijn tegenstander zijn dame echter op e8 zette, viel het kwartje eindelijk wél. De exacte variant laat ik aan de lezer over. Wie de oplossing niet meteen vindt, kan onderaan dit verslag spieken.

Met een overtuigende 3,5-0,5-overwinning bekert Souburg dus verder.

De oplossing:
29.Lc6! Ld7 30.Dd3! Lxc6 31.xc6
Zwart kan nu niet zowel de opmars van de c-pion stoppen als voorkomen dat de loper verloren (31... Dxc6 32.Dd8!) gaat.