De halve finale van de Beker van Souburg werd dit jaar verspeeld tussen vier spelers die uitkomen of regelmatig zijn uitgekomen in de derde klasse van de KNSB. De finale echter ging tussen twee spelers die gaan uitkomen in de tweede klasse, zoals u kon lezen in Ricardo's dessertbericht met de leuke clubuniformen en het creatieve bord. Een hoog niveau was dus verwacht voor de ouverture.
Ik kon de beker voor de 4de keer achtereen te winnen. De kans hierop leek me vooraf niet al te groot, maar ik kon hoop putten uit de “gamblers fallacy”. Deze zegt dat de gedachte dat de uitkomst van een toevallige gebeurtenis verandert door het verleden (bijvoorbeeld dat na een lange reeks van dezelfde uitkomsten de kans op de andere uitkomst groter wordt) een misvatting is. Zodat ik net zo veel kans had om de beker voor de vierde keer te winnen als om hem voor de eerste keer te winnen, en dat is toen ook gelukt, dus waarom nu niet?
Waarom niet? Tja, dan komen we al wel snel uit bij mijn formidabele tegenstander, René Tiggelman, FM, alleswinnaar in Zeeland (buiten het HZ/Scheldemond dan), Souburglegende. Een erelijst waar ik nog niet aan kan tippen als ik op een keukentrapje klim.
Ga er maar aan staan, en dat besloot ik te doen door René in een van zijn favoriete openingen te verrassen met een ongebruikelijke zet die ik in een boekje gezien had.
René begon grote hoeveelheden bedenktijd te investeren, maar het rendement was uiteindelijk wel een gelijke stelling.

Ik heb hier net 18.h5 gespeeld in de hoop een open h-lijn te creeeren/een pion op h6 te krijgen/de e-pion te isoleren. Na Renés sterke 18..Txd1+ 19.Txd1 gxh5 20.b3 Td8! echter bleek ik in onderstaande stelling niets te hebben.

Mijn hoop was dat dit niet goed zou zijn omdat de c6-pion hangt, maar dat blijkt na 21.Txd8 Dxd8 22.Dxc6 Dd4! 23.De8+ Kg7 24.Dxe7 Dg1+ 25. Kb2 Dxg2 26.Dxa7 Dxf3 nogal tegen te vallen.

Die rare pion op h5 is ineens een levensgevaarlijke vrijpion in plaats van een zwakke broeder. Gelukkig kon ik nog schielijk vluchten in eeuwig schaak. Nauwkeurigheid volgens Lichess: wit:97%, zwart 98%. We hebben ons nieuwbakken tweededeklasserschap dus niet te schande gemaakt.
Zo konden we ons gaan opmaken voor de 10+5 rapid met verwisselde kleuren.

Actiefoto van de rapidpartij. Het bier is uiteraard 0.0 ( foto:Roeland Alders)
Nu was het Renés beurt om mij te verrassen in de opening. De stelling bleef ongeveer gelijk tot wat beter voor wit en René bleef steeds een vervelende druk houden. Net toen ik dacht een potremise eindspel te hebben bereikt leek ik alsnog geflest te worden.

Hoe zou u hier terugslaan? In een moment van onnadenkendheid speelde ik 39..Pxf6, waar ik na 40.Pc6+ Kd7 41 Pa7 al snel spijt van kreeg.

Had ik met mijn koning teruggeslagen, dan stond mijn paard nog op e8 en had ik b5 makkelijk kunnen dekken met 41..Pc7 of 41..Pd6. Maar nu helaas, helaas, gaat de zwarte b-pion eraf . Hopelijk wordt Clubman Roel niet boos. Het hielp ook niet heel erg dat René hier nog een dikke twee minuten op de klok had en ik ongeveer 10 seconden. Na niet erg ampele overweging besloot ik dan ook maar te vertrouwen op het adagium “de randpion is de vijand van het paard” en trachtte een vrij h-pion te creeeren.
Na een vrij geforceerde zettenreeks is deze stelling op het bord gekomen en blijk ik hier ineens 50..Pf4! te hebben met remise na 51.b5+ Kb6 52.Kg3 Pe2+. Naschrift Stockfish 18: “Jongens, waar maakten jullie je druk om: 39..Kxf6 en 39..Pxf6 zijn allebei 0.00...”. Blijkbaar kan het adagium uitgebreid worden: de randpion is de vijand van het paard van de tegenpartij, maar de vriend van het eigen paard.
Op dus naar het armageddon potje: loten om de kleur, wit 6, zwart 5 minuten zonder increment, en zwart wint ook bij remise. Althans ik kende het onder de naam ‘armageddon'. Volgens Roeland heet dit het 'Parijse systeem’ wat in elk geval een stuk romantischer klinkt.
Ik lootte wit en koos nu een variant die zwart wel voor enige problemen stelt, maar waarvan ik dacht dat ze voor een lange partij wat te eenvoudig oplosbaar zouden zijn. Voor een snelschaakpotje had ik er meer vertrouwen in.
In onderstaande stelling was er een soort vorentscheidung:

René zat hier lekker te diepzeeduiken over hoe hij de druk op de witte damevleugel zou gaan opvoeren toen hij even opzij naar de klok keek en zag dat de klokstand inmiddels 5 tegen 2 minuten was. Geschrokken speelde hij a tempo 18..Te6?!, waarna wit zijn pluspion kan gaan consolideren.
Even later kreeg René nog een kans om terug in de partij te komen, maar in plaats daarvan bood hij mij de kans de partij meteen te beslissen:

Na het zojuist gespeelde 25.Td1! zag ik niet meer hoe zwart stukverlies kan vermijden. Na 25..Le6 26.Td8+ vond René toch nog een manier met het opmerkelijke 26..f6!??, maar toen ik hem erop wees dat hij dan nog steeds schaak stond kreeg ik na 26..Lf8 27.Lh6 de felicitaties.
Na dit drieluik kon ik dus de Beker in ontvangst nemen. Roeland: ”Voor de derde keer achter elkaar toch al, he?” Ik: “De vierde keer zelfs.” Roeland:”Maar dan heb ik toch nog steeds gelijk?” Touché, Roeland, zelfs op 2 verschillende manieren 3x achter elkaar.

Moe maar tevreden ( Foto:Roeland Alders)