Welkom op de website van Schaakklub Souburg!
We organiseren elk jaar meerdere gezelligheidstoernooien.
Het is altijd gezellig druk tijdens het traditionele Oliebollentoernooi.
Het traditionele Pepernotentoernooi trekt jaarlijks vele jeugdige schakertjes.
Op donderdagavond spelen de senioren competitie, op vrijdag is het voor de jeugd klubavond.

Zo!

Hans trakteerde (wink, wink, Roeland) ons dit weekend op een verslag van de wedstrijd SKS A – HWP A met daarin ondermeer een analyse van het lopereindspel in zijn partij tegen Marnix van der Zalm.

beginstelling

Hier schreef Hans: “Stockfish 17 geeft hier 41.f5 Ld6 42.h3 Le5 als winnend voor wit, maar hoe dan? Zwart heeft volgens mij een fort en houdt remise.”

Allereerst: een fort? Zien we hier de invloed van Hans’ indrukwekkende verzameling Engelstalige schaakboeken (fortress) of het jeugdsentiment van iemand die opgroeide in de buurt van de Vlissingse wijk Het Fort? Volgens mij gebruiken Nederlandse schakers voor een stelling waarin één partij ondanks aanzienlijk materiaalvoordeel geen vorderingen kan maken eerder de term “vesting”, maar OK, we zijn een Vlissingse schaakvereniging en we hebben binnen onze gemeentegrenzen ook nog eens het imposante Fort Rammekens, het oudste zeefort van West Europa, so “fort” it is .

Maar na het taalkundig gezever: is het schaakkundig een fort? Haal de pionnen op a4 en a5 van het bord en het antwoord zou een volmondig ja zijn. Maar die pionnen staan er wel! En volgens mij maakt dat een wereld van verschil.

Even terug naar wat Hans zelf over dit eindspel schreef:

hans1

“Om het verloop van het eindspel enigszins te begrijpen eerst wat eindspeltheorie. Dit is het soort stelling waar ik naar streefde. In het verleden was ik tweemaal succesvol de verdedigende partij en eenmaal zonder succes de aanvallende. 1.Lg5+ Kf7! 2.e6+? Lxe6 3.fxe6+ Kxe6 remise. Na 2.Kf4 Ld7! komt wit ook niet verder. Het probleem met de situatie in de partij is dat er nog 2 a-pionnen op het bord staan. De remisevariant uit stelling 1 gaat niet op. Na het stukoffer houdt wit een a-pion over met de goede loper (bestrijkt het promotieveld a8). (HG)”

Het is een beetje verwarrend dat Hans schrijft te streven naar een stelling waarin hij (zwart) een witveldige loper heeft, terwijl zijn loper in het eerste diagram nog op e5 staat, maar het gaat om het principe: met witte pionnen op e5 en f5 houdt zwart, mits hij zijn stukken goed opstelt, de partij remise door zijn grijsveldige loper te offeren tegen wits pionnen. Met ook nog pionnen elders op het bord werkt deze methode uiteraard niet.

Met de koning op f6 en de loper op e5 lijkt het onmogelijk om ooit de witte pionnen naast elkaar op e5 en f5 te krijgen. Maar wit heeft nóg twee manieren om te winnen:

  • De pion op a5 winnen. Omdat de witte a-pion dan met hulp van zijn koning daarna naar a8 kan lopen, mag wit hiervoor zijn e-pion opofferen.
  • Met zijn koning achterlangs de zwarte koning naar h7 lopen. Ook hiervoor mag wit zijn e-pion offeren wanneer hij daarna het pionnenkoppel f5+g5 kan maken of gelijk met zijn h-pion kan doorlopen.

Hoewel zwart op zich elk van de drie plannen (e5 doorzetten, a5 veroveren, omlopen naar h7) kan verhinderen, kan hij dat volgens mij niet allemaal tegelijk en kan wit door de verschillende plannen handig te combineren winnen. Hoog tijd dus om het antwoord te geven op Hans’ vraag “maar hoe dan?

beginstelling

43. h4, h6 44. h5

We beginnen met een handigheidje dat mogelijk is omdat de loper toevallig op e5 staat. Zwart kon niet op h4 slaan omdat hij dan na 44. g5+ zijn loper zou verliezen. Strikt noodzakelijk is 43.h4 niet en had de zwarte loper ergens anders gestaan, dan had wit met de pionnen op h3 en h7 op vrijwel dezelfde manier kunnen winnen als nu met de pionnen op h5 en h6. Het had alleen iets langer geduurd.

44. … Lg3 45. Kd5 Le5 46. e4

Zwart staat nu voor een lastige keuze. Welke van de witte winstplannen moet hij gaan verhinderen?

 

stelling na 46.e4

 

De a-pion verdedigen en e5 onder controle houden

46. ...Lc3 47.Kd6 Lb4+ 48.Kd7 Lc5 49.Ke8 Lb4

Zwart probeert nog de witte koning niet binnen te laten, maar… 50. e5+! Kxe5 51. Kf7 Kf4 52. Le2. Wit gaat de pion op h6 winnen en daarna is het niet moeilijk meer.

 

stelling na 46.e4

De witte koning niet binnen laten komen en e5 onder controle houden.

46. … Lf4 47. Kc6 Ke7 48. Lc4 Le5 49. Kb5 Lc3 50. e5! Intussen geen verrassing meer. 50. … Kd7 51. f6 Lxe5 52. f7 en op de volgende zet slaat wit op a5.

 

Geen van deze varianten kwam trouwens in de partij op het bord. Lees Hans's verslag voor de verrassende wendingen in dit ongelijke lopereindspel die de toeschouwers wél te zien kregen. Leest u liever over gelijke lopereindspelen, dat kan en mag natuurlijk, ieder heeft zo zijn voorkeuren, kijk dan nog eens naar Jos' analyse van het slot van zijn partij tegen Alex Jonkheer.

 

Vesting

Overig nieuws

© 2002-2026 Schaakklub Souburg. Volg ons ook op: