Door dokter Jos van der Kaap
Het duurde even met dit verslag, maar de ervaringen met het metafysische en het occulte van afgelopen zaterdag waren dermate indrukwekkend dat de verwerking hiervan gewoon meer tijd kostte.
Vooraf was er sprake van optimisme wat betreft de wedstrijd tegen het 4de van SV Paul Keres en ging het erover om in de strijd om promotie zoveel mogelijk bordpunten te vergaren.
Echter toen de partijen enkele uren gevorderd waren, nam ik een voor Souburg desastreus beeld waar. Tot op dat moment was ik zelf continu bezig geweest met mijn eigen partij, waarvan de openingsfase trekken had een vertoond van een nare droom waaruit je maar niet wakker kunt worden. Toen mijn tegenstander een weinig gebruikelijke variant speelde en ik het betreffende laatje in mijn geheugen open wilde trekken ( ik had het enkele maanden terug nog bekeken) trof ik tot mijn verbijstering niets aan. Een gat. Een black-out.
Toen ik dacht dat het me eindelijk gelukt was wakker te worden besloot ik de puinhoop die ik had aangericht even de puinhoop te laten en eens poolshoogte bij de andere borden te nemen.
Het bleek dat de nachtmerrie echter nog steeds niet voorbij was en zelfs Kafkaëske proporties aannam: we stonden een punt achter bij 1 nederlaag en 2 remises, en wat er nog speelde durfde ik grotendeels alleen maar tussen mijn vingers door te bekijken.
Hans had als eerst zijn koning om moeten leggen. Ik citeer: "na een rommelige opening kreeg ik met een pionoffer een gevaarlijk initiatief. Op de 22ste zet overwoog mijn tegenstander op te geven. Met weinig op de klok speelde hij nog even door. Op de 24ste zet kon ik kiezen voor het winnende Lxa8, Pf5 met herhaling van zetten. Ik vond nog een derde mogelijkheid."
Robin had een pion gewonnen, normaal gesproken bijna altijd goed voor een punt. Zijn tegenstander compliceerde de stelling echter zodanig dat Robin met weinig tijd enkele winsten miste en zijn opponent liet ontsnappen naar remise: in onderstaand diagram wint e3 nog, na dame ruil was het beste er wel af.

Stelling na ... Tb5
Bij Henrik was het omgekeerde het geval geweest: zijn tegenstander wachtte wat te lang met winnend een centrumpion snaaien, waarna er remise in zat toen hij alsnog sloeg: het is eeuwig schaak na Dxe5 ( zie diagram).

Stelling voor ... Dxe4
Maar goed, met nog 4 partijen te gaan nog kansen genoeg toch? Mijn eigen ruïne reken ik voor het gemak even niet mee.
Ricardo zal wel winnen toch? Ik tel wel 3 pionnen minder...maar dan heeft hij zeker een stuk meer? Nee... een onstuitbare mataanval dan ..? Nee... Rogier dan? Waarom staan er allemaal witte stukken naast zijn koning? Nee, ik durf niet van dichtbij te kijken. Roeland dan...? Die staat goed toch? Alleen...dat is toch een zwarte pion op a7 neem ik aan? Nee, het is echt een witte, en staat ook nog gedekt door een paard op c6?! René dan...onze rots in branding, onttrekt zich als enige aan het surrealisme en staat gewoon iets beter zoals altijd. Prognose: 2-6 nederlaag...
Roeland verloor inderdaad geruisloos.
Op dit punt kon alleen een wonder Souburg nog redden en had ik had de wedstrijd toch eigenlijk al opgegeven.
Op dat moment echter grepen de Hogere Machten in. Zwarte Magiër Rogier sprak een versteningsformule uit over zijn tegenstander zodat deze in een Zoutpilaar veranderde. In een eerdere ronde leidde dit tot een overwinning door tijdsoverschrijding. Deze tegenstander was echter uit een ander hout gesneden en slaagde er na 10 minuten in zelf de betovering te verbreken. Op dat moment resteerden hem echter nog maar 2 seconden en speelde hij eerst een suboptimale zet en even later in onderstaande stelling 40.De7 met voorspelbare gevolgen.

Stelling voor 40. De7
De geluiden van ongeloof en teleurstelling die ik vervolgens links van mij hoorde doen vermoeden dat een exorcisme eventueel toch nog noodzakelijk zou kunnen zijn.
Dan is het de beurt aan Duistere Tovenaar Ricardo op bord 2 om de zaak op zijn kop te zetten. Normaal gesproken kan hij het wel af zonder zijn Donkere Kunsten aan te spreken. Zijn sterk spelende tegenstander had hem echter dermate in het nauw gedreven dat hij in een eindspel met 3 pionnen achter geen andere keus had dan met behulp van een Onzichtbaarheidsspreuk de h-lijn aan de blik van zijn opponent te onttrekken. Daardoor slaag hij erin een matdreiging in de stelling te vlechten die slechts ten koste van een volle toren te verijdelen was (zie diagram).

Stelling na ... Th8!
Gelukkig stond zijn plichtsgetrouwe teamleider klaar voor geestelijke bijstand.
Het gebruik van zoveel zwarte magie leidt tot een verstoring van de Kosmische Balans tussen licht en duisternis, zwart en wit, Yin en Yang.
Als onvermijdelijk gevolg werd dan ook de aandacht getrokken van een Witte Magiër, die zich vervolgens met onze wedstrijd kwam bemoeien. Ik werd deze entiteit vooreerst gewaar toen ik peizend over mijn verloren stelling een vage geur van wierook meende te bespeuren.
Toen ik vragend mijn hoofd ophief, verscheen er iets uit de ether op het moment dat mijn tegenstander zijn 44ste zet wilde gaan doen. Een vurig wit ectoplastisch tentakel vormde zich en kronkelde zich om de pols van mijn opponent, waarbij zijn hand onverbiddelijk naar de toren op a2 werd gestuurd. Toen de toren op a3 was gezet (zie diagram) verdween het tentakel weer net zo plotseling als het was gekomen.

Stelling na ... Ta3
Ik was sprakeloos, maar mijn tegenstander leek het in het geheel niet gemerkt te hebben. Toen ik om mij heen keek, bleek het zich ook aan anderen niet te hebben geopenbaard.
De situatie op het bord was echter drastisch veranderd: waar bijna elke redelijke zet een voordeel van +4 vastgehouden had, werd mij nu een geitenpaadje naar een geforceerde remise geboden: een kans die ik met beide aangreep. Na 45.Txa3 Pc2+ 46.Kd1 Pxa3 47.Lb4 Pb5 48.Lf8! kan zwart de puntdeling niet meer vermijden.
Wie nu deze Witte Magiër was begreep ik pas aan de hand van het einde van de partij van René. Onze solide eerste bord speler was de enige geweest die zich aan het bizarre wedstrijdverloop onttrokken had: een klein voordeeltje was aanvankelijk uitgebreid naar winnend voordeel, zijn tegenstander kreeg nog een kans op remise, maar uiteindelijk stond er een gewonnen een paard+2 pionnen vs. paard eindspel op het bord. In de handen van René doorgaans een gegarandeerd punt, wat geleid zou hebben tot een verbijsterende 4,5-3,5 overwinning. Toen gebeurde er iets wat door René zelf werd omschreven als "een totale black-out van een man op leeftijd", waarna de partij einde in remise en de wedstrijd in 4-4.
Inmiddels, waarde lezer, weten wij echter wel beter: bij het uitvoeren van de zet waarmee hij zijn tegenstander plotsklaps de kans gaf zijn paard voor de laatste 2 pionnen te offeren, werd zijn hand gestuurd door de Witte Magiër.
Toen pas drong zijn identiteit tot mij door: wie anders zorgt er eerst voor 2 remises en dan voor een 4-4 gelijkspel in de wedstrijd dan iemand die bekend staat om het in gelijke helften willen delen?
Ik neem u mee naar het Amiens van de 4de eeuw na Christus. Op een winterse koude dag ontmoet een soldaat een verkleumde bedelaar. Al zijn bezittingen had hij reeds weggegeven, en hij had nog slechts zijn mantel. Sint Maarten echter pakte zijn zwaard, sneed zijn mantel in twee gelijke helften en gaf de bedelaar er een van.
Van deze beschermheilige van Utrecht kwam later nog een stuk arm bot in de Dom van Utrecht (eigenlijk St Maartenskerk geheten) terecht.
En zo keerde ik bedeesd en vervuld van ontzag en eerbied na deze bovenzinnelijke ervaringen huiswaarts.